1
We moeten prioriteit geven aan de familie.
2
We moeten prioriteit geven aan de gezondheid.
3
We moeten prioriteit geven aan het huiswerk.
4
We moeten prioriteit geven aan rust.
5
We moeten prioriteit geven aan het Nederlands.
1
We moeten prioriteit geven aan de veiligheid van de werknemers.
2
We moeten prioriteit geven aan de tevredenheid van bestaande klanten.
3
We moeten prioriteit geven aan technologische innovatie.
4
We moeten prioriteit geven aan het naleven van deadlines.
5
We moeten prioriteit geven aan het verminderen van onze ecologische voetafdruk.
1
We moeten prioriteit geven aan de consolidatie van onze immateriële activa.
2
We moeten prioriteit geven aan operationele veerkracht bij systemische crisissen.
3
We moeten prioriteit geven aan de ethiek van kunstmatige intelligentie binnen onze diensten.
4
We moeten prioriteit geven aan menselijk kapitaal voor duurzame groei op lange termijn.
5
We moeten prioriteit geven aan de naleving van de nieuwe internationale normen.