1
Dat klinkt uitdagend omdat het te duur is.
2
Dat klinkt uitdagend omdat ik geen tijd heb.
3
Dat klinkt uitdagend omdat het ver weg is.
4
Dat klinkt uitdagend omdat het regent.
5
Dat klinkt uitdagend omdat ik alleen ben.
1
Dat klinkt uitdagend omdat we onvoldoende gekwalificeerd personeel hebben.
2
Dat klinkt uitdagend omdat het budget al is toegewezen.
3
Dat klinkt uitdagend omdat de deadlines te krap zijn.
4
Dat klinkt uitdagend omdat de wetgeving recentelijk is gewijzigd.
5
Dat klinkt uitdagend omdat de markt al verzadigd is.
1
Dat klinkt uitdagend omdat de structurele beperkingen te zwaar wegen.
2
Dat klinkt uitdagend omdat het politieke draagvlak momenteel ontbreekt.
3
Dat klinkt uitdagend omdat de macro-economische indicatoren ongunstig zijn.
4
Dat klinkt uitdagend omdat de technische haalbaarheid nog niet is aangetoond.
5
Dat klinkt uitdagend omdat de bestuurlijke traagheid elke innovatie belemmert.