1
Het eindresultaat was een succes.
2
Het eindresultaat was teleurstellend.
3
Het eindresultaat was prachtig.
4
Het eindresultaat was een gelijkspel.
5
Het eindresultaat was in overeenstemming met onze verwachtingen.
1
Het eindresultaat was een stijging van 10% in onze omzet.
2
Het eindresultaat was de oprichting van een nieuwe marketingafdeling.
3
Het eindresultaat was een akkoord tussen beide partijen na acht uur overleg.
4
Het eindresultaat was de volledige annulering van het project.
5
Het eindresultaat was de invoering van een efficiënt recyclagesysteem.
1
Het eindresultaat was een grondige herstructurering van het ondernemingsbestuur.
2
Het eindresultaat was de goedkeuring door de markttoezichthouders.
3
Het eindresultaat was een aanzienlijke verbetering van onze operationele veerkracht.
4
Het eindresultaat was het behalen van een internationale milieucertificering.
5
Het eindresultaat was een geslaagde fusie ondanks de initiële culturele obstakels.