1
Mijn gewoonte is ontstaan omdat mijn ouders het ook deden.
2
Mijn gewoonte is ontstaan omdat het goed voor me is.
3
Mijn gewoonte is ontstaan omdat ik sterk wil zijn.
4
Mijn gewoonte is ontstaan omdat ik de smaak lekker vind.
5
Mijn gewoonte is ontstaan omdat ik er de tijd voor heb.
1
Mijn gewoonte is ontstaan omdat ik me beter wilde organiseren.
2
Mijn gewoonte is ontstaan omdat ik mijn stressniveau wilde verlagen.
3
Mijn gewoonte is ontstaan omdat ik een boek over productiviteit heb gelezen.
4
Mijn gewoonte is ontstaan omdat mijn werkuren zijn veranderd.
5
Mijn gewoonte is ontstaan omdat ik geld wilde besparen.
1
Mijn gewoonte is ontstaan omdat ik een zwakke plek in mijn managementsysteem heb geïdentificeerd.
2
Mijn gewoonte is ontstaan omdat ik streef naar een strenge persoonlijke discipline.
3
Mijn gewoonte is ontstaan omdat de concurrerende omgeving het dringend vereiste.
4
Mijn gewoonte is ontstaan omdat ik mijn dagelijkse ecologische voetafdruk wil minimaliseren.
5
Mijn gewoonte is ontstaan omdat ik overtuigd ben van het belang van levenslang leren.