1
Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik de Eiffeltoren zag.
2
Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik mijn diploma kreeg.
3
Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik jou ontmoette.
4
Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik dat heerlijke gerecht at.
5
Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik voor het eerst in een vliegtuig stapte.
1
Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik besefte dat ik mijn leven wilde veranderen.
2
Ik zal nooit het moment vergeten waarop we eindelijk de top van de berg bereikten.
3
Ik zal nooit het moment vergeten waarop mijn eerste kind werd geboren.
4
Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik afscheid moest nemen van mijn vrienden.
5
Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik die acceptatiebrief ontving.
1
Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik de omvang van mijn verantwoordelijkheid besefte.
2
Ik zal nooit het moment vergeten waarop de dramatische spanning tijdens dat debat een hoogtepunt bereikte.
3
Ik zal nooit het moment vergeten waarop de schoonheid van het landschap me letterlijk de adem benam.
4
Ik zal nooit het moment vergeten waarop de kwetsbaarheid van een vreemde me diep raakte.
5
Ik zal nooit het moment vergeten waarop de evidentie van deze waarheid me als een donderslag trof.