1
En toen gebeurde het meest onverwachte: ik won de wedstrijd.
2
En toen gebeurde het meest onverwachte: mijn broer kwam me opzoeken.
3
En toen gebeurde het meest onverwachte: ik vond geld op de grond.
4
En toen gebeurde het meest onverwachte: de kat begon te praten in mijn droom.
5
En toen gebeurde het meest onverwachte: het was de hele dag mooi weer.
1
En toen gebeurde het meest onverwachte: mijn oude baas bood me een functie aan.
2
En toen gebeurde het meest onverwachte: het vliegtuig moest een noodlanding maken.
3
En toen gebeurde het meest onverwachte: ik ontmoette mijn evenbeeld op straat.
4
En toen gebeurde het meest onverwachte: het publiek stond op en applaudisseerde.
5
En toen gebeurde het meest onverwachte: we ontdekten een schat in de tuin.
1
En toen gebeurde het meest onverwachte: een volledige politieke ommezwaai veranderde alles.
2
En toen gebeurde het meest onverwachte: de waarheid kwam uit op het moment dat niemand het verwachtte.
3
En toen gebeurde het meest onverwachte: deze crisis wekte een ongekende solidariteit.
4
En toen gebeurde het meest onverwachte: het systeem reguleerde zichzelf tegen alle verwachtingen in.
5
En toen gebeurde het meest onverwachte: het werk werd door de kritiek hersteld na jaren van minachting.