1
Het verhaal begint met een mooie zomerochtend.
2
Het verhaal begint met een ontmoeting in het park.
3
Het verhaal begint met het vertrek van een trein.
4
Het verhaal begint met een telefoontje.
5
Het verhaal begint met een mysterieuze brief.
1
Het verhaal begint met een ongelooflijke archeologische ontdekking in de woestijn.
2
Het verhaal begint met het faillissement van een zeer belangrijke bank.
3
Het verhaal begint met een misverstand tussen twee jeugdvrienden.
4
Het verhaal begint met de komst van een vreemdeling in een afgelegen dorp.
5
Het verhaal begint met een belofte die twintig jaar geleden is gedaan.
1
Het verhaal begint met een abrupte onderdompeling in de intimiteit van een verscheurd gezin.
2
Het verhaal begint met een metafoor over de broosheid van het menselijk bestaan.
3
Het verhaal begint met een systematische herziening van onze sociale verworvenheden.
4
Het verhaal begint met het ontroerende relaas van een onvoltooide zoektocht naar identiteit.
5
Het verhaal begint met een reflectie over de vergankelijkheid van roem.