1
Er was eens een klein meisje dat van bloemen hield.
2
Er was eens een koning die in een groot kasteel woonde.
3
Er was eens een heel slimme zwarte kat.
4
Er was eens een rustig dorp aan de voet van de berg.
5
Er was eens een reiziger die verdwaald was in het bos.
1
Er was eens een uitvinder die droomde van de wereld veranderen met zijn machines.
2
Er was eens een tijd waarin mensen nog geloofden in legendes.
3
Er was eens een kleine winkel die uitgroeide tot een groot bedrijf.
4
Er was eens een student die de wereld rondreisde zonder geld.
5
Er was eens een geheim dat de bewoners van dit eiland bewaarden.
1
Er was eens een idealist die ervan overtuigd was dat kunst de mensheid kon redden.
2
Er was eens een bloeiende beschaving die ten onder ging aan haar eigen trots.
3
Er was eens een verloren manuscript waarvan de inhoud de loop van de geschiedenis had kunnen veranderen.
4
Er was eens een sociale utopie die te pletter liep op de realiteit van de menselijke natuur.
5
Er was eens een oude man wiens wijsheid de grenzen van zijn land oversteeg.