1
Het was het moment waarop we de pizza aten.
2
Het was het moment waarop hij begon te dansen.
3
Het was het moment waarop ik mijn tas vond.
4
Het was het moment waarop het feest afgelopen was.
5
Het was het moment waarop ik naar huis ging.
1
Het was het moment waarop ik besefte dat ik niet meer terug kon.
2
Het was het moment waarop de zon eindelijk door de wolken brak.
3
Het was het moment waarop de waarheid eindelijk voor iedereen duidelijk werd.
4
Het was het moment waarop we besloten in het buitenland te gaan wonen.
5
Het was het moment waarop de spanning in de zaal ondraaglijk werd.
1
Het was het moment waarop persoonlijke ambitie wegviel voor het algemeen belang.
2
Het was het moment waarop de breuk tussen deze twee denkstromingen onomkeerbaar werd.
3
Het was het moment waarop het vergankelijke het eeuwige raakte via een simpele emotie.
4
Het was het moment waarop het lot leek te kantelen op een enkele worp van het lot.
5
Het was het moment waarop het collectieve bewustzijn ontwaakte voor de klimaaturgentie.