1
De gelijkenis ligt in het feit dat beide rood zijn.
2
De gelijkenis ligt in het feit dat we van pizza houden.
3
De gelijkenis ligt in het feit dat het hier vaak regent.
4
De gelijkenis ligt in het feit dat het gratis is.
5
De gelijkenis ligt in het feit dat het allebei honden zijn.
1
De gelijkenis ligt in het feit dat beide bedrijven zich richten op hetzelfde jonge publiek.
2
De gelijkenis ligt in het feit dat deze twee projecten externe financiering nodig hebben.
3
De gelijkenis ligt in het feit dat beide landen een sterke gastronomische traditie hebben.
4
De gelijkenis ligt in het feit dat beide softwarepakketten dezelfde database gebruiken.
5
De gelijkenis ligt in het feit dat deze twee kandidaten weinig praktijkervaring hebben.
1
De gelijkenis ligt in het feit dat beide theorieën de eindigheid van hulpbronnen postuleren.
2
De gelijkenis ligt in het feit dat deze twee kunststromingen het academisch classicisme verwerpen.
3
De gelijkenis ligt in het feit dat beide rechtsstelsels intellectueel eigendom beschermen.
4
De gelijkenis ligt in het feit dat deze twee economische crisissen werden veroorzaakt door een speculatieve zeepbel.
5
De gelijkenis ligt in het feit dat beide governancemodellen meer transparantie bepleiten.